Intrinsic Motivation: Our First Fedex Day…(By Rob van Lanen)

By ROB VAN LANEN, Teammanager ICT, PAT Learning Solutions.

The topic of intrinsic motivation has gotten my attention for a while now. The book “Drive – the surprising truth about what motivates us” from Daniel Pink contains some real eye-openers on this subject. This book should be mandatory reading material to (people) managers. For the short version, you can also watch this animated youtube RSA Animate: Drive.

Update: Rini van Solingen recorded a videolog with me, discussing the topic. You can check it out here:
http://www.youtube.com/watch?v=Q0d4T44DL08&feature=player_embedded

A personal explanation of the book is as follows (partly quoted from the book): The current business operating system Daniel talks about – which is built around external, carrot-and-stick motivators – does not work any more. It desperately needs an upgrade, and science shows the way. The upgraded model for motivation contains three elements:

  • Autonomy – the desire to direct our own lives
  • Mastery  – the urge to get better and better
  • Purpose – the yearning to do what we do in service of something larger than ourselves.

My conclusion: motivation should be about self-directed devotion (= autonomy) in order to get better and better (= mastery) at something that matters (= purpose).

As a manager of the development team of PAT Learning Solutions in the Netherlands, I decided to organize a FedEx Day. The concept of a FedEx Day is mentioned in the book. It is a 24 hours timeframe of self-directed work. The participants can select their  team, think of a project to work on and choose a technique. It is called FedEx, because you have to deliver overnight, like the parcel delivery company. There is only 1 rule: if you participate, you demonstrate the results to the company! No matter what happens.  Participation is highly recommended, yet voluntary.

I was inspired for the idea by Atlassian, an Australian software company. You can find an excellent FAQ on their website, which really helps if you want to organize such an event yourself. Rumor has it that Google’s GMail and Facebook’s Like button originated on initiatives like FedEx Day and 20% time at Google and Facebook.  I figured that it would be fun and beneficial to the company if my team would get the opportunity to excel in our own Fedex Day. We started at 2 PM on Monday and stopped at 4 PM on Tuesday. We created a one-hour timebox to demonstrate the results to the company. The non-IT colleagues voted and we awarded prizes to all participants. In our true Scrum inspect-and-adapt ways, everybody left their feedback using the Feedback Door concept for retrospection.

Observations:

  • Almost all developers participated.
  • Participants were completely self-organizing. No interventions from management.
  • A lot of developers were working late for their project. Three of them even spent the night in their sleeping bag at our company (!).
  • Feedback from non-IT colleagues was very positive. I am sure we will have another FedEx day in a few months, possibly with more non-IT colleagues joining.
  • One of the projects, a traffic light information radiator for our build server is up and running!
  • The ideas will be validated by our product strategy team.
  • The participants employed a lot of Scrum and XP practices: timeboxes, pair programming, inspect-and-adapt. Good to see we apply the concepts “outside work”.

And here are our winners with the demo of  a mobile application connected to our flagship product.

Our winning team: Martijn, Dave, Arno, Roland and Bram

Update: PAT Learning Solutions arranged a brand new foosball table. They surprised the development team with this table.  They thanked them for their great improvements on our flagship product, PulseWeb, and our first FedEx day. This top-quality foosball table is sponsored by our partner Afas, in the light of our partnership regarding the Profit-PulseWeb connector. Thanks, Afas!

PAT Learning Solutions’ CEO’s playing foosball with FedEx Champions…

Update 2: Product Manager and agile buddy Menno Jongerius also blogged, please check out his post Fedex days – an absolute must.
Update 3: You can checkout a fast-forward video of the buzz in our team room during this day below

I want to thank everybody who participated in this event. May the FedEx be with you!

Regards,

Rob

W: http://www.fanlan.nl
T: @robvanlanen

 

Fedexday, een absolute aanrader!

TeamworkFedex, dat is toch het amerikaanse postbedrijf?
Ja, dat klopt maar het is ook de naam die het bedrijf Atlassian gebruikt voor een vernieuwend concept om hun medewerkers bij te laten dragen aan het succes van het bedrijf. Dan Pink verwijst hiernaar in zijn boek Drive over intrinsieke motivatie.

Het principe is simpel: geef je medewerkers 24 uur de tijd om te doen wat ze maar willen zolang het maar gerelateerd is aan het bedrijf en na 24 uur moet het gedemonstreerd worden aan de rest van de organisatie. Denk je hiermee bij je management commitment los te krijgen? Wij hebben het uitgeprobeerd en de resultaten lagen ver boven mijn verwachtingen.

Lees verder (Engelstalig)

Het vervolg artikel is in het Engels omdat mijn blog ook internationaal gelezen wordt en ik net niet genoeg intrinsieke motivatie heb om mijn artikelen twee keer te schrijven.

De product backlog wall

Geïnteresseerd in hoe wij onze productontwikkeling vorm hebben gegeven? Sinds ongeveer een half jaar geleden zijn we overgestapt op Agile software ontwikkeling. Nu is de methodiek op zich natuurlijk niet belangrijk. Wel belangrijk is wat het oplevert:

  • Betere software door productontwikkeling te prioriteren op de waarde die het klanten oplevert.
  • Een beter ontwikkelteam door te werken in korte iteraties(sprints) en na iedere sprint te kijken wat we kunnen verbeteren.
  • Een flexibele organisatie doordat na iedere sprint opnieuw gekeken kan worden wat het allerbelangrijkste is om aan te werken.

Om de organisatie bij de productontwikkeling te betrekken, maken we deze zichtbaar op de muur.

Meer weten klik dan hier (Engelstalig)

Maak leren uitdagender!

Wil je dat mensen leren een uitdaging vinden? Zorg dan voor afwisseling in het programma dat je aanbiedt. Dat maakt het leren niet alleen leuker, maar ook nog eens veel effectiever. Hopelijk geeft dit artikel je ideeën hoe je e-learning kunt verrijken door slim gebruik te maken van de verschillende leerstijlen van de leercyclus van Kolb.

Lees meer…

Gebruik van Agile in projecten

In een klassiek softwaremodel is het zaak om van tevoren, via uitgebreide informatie analyse, functionele ontwerpen en technische ontwerpen de volledige scope van een ontwikkelproject in kaart te brengen. In de agile methodologie wordt uitgegaan van het zo snel mogelijk ontwikkelen en vermarkten van software in kleine iteratieve processen. Hier ligt geen dichtgetimmerd functioneel ontwerp aan ten grondslag, maar intensieve communicatie met stakeholders zodat prioriteiten voortdurend kunnen worden bijgesteld.

Lees meer…

5 valkuilen als je start met e-learning


De tijd dat e-learning alleen was weggelegd voor organisaties die ver voor de troepen uitliepen, is al lang voorbij. Steeds meer bedrijven nemen vormen van digitaal leren in gebruik, of staan op het punt de sprong in het diepe te wagen. Toch zijn het niet louter succes verhalen. In dit artikel komen 5 valkuilen aan bod waarop je kunt letten als je de computer in wilt inzetten om leren te bevorderen.

Lees meer…

Wat maakt een Blended Learning opleiding tot een succes?

Onlangs heb ik meegedaan aan een afstudeeronderzoek “Het succes van Blended Learning”, van Karline Timmermans in het kader van haar eindopdracht post-HBO opleiding E-learning. Centraal stond de vraag: “Hoe moet een blended-learning opleiding opgezet en ingericht worden om een succesvolle opleiding te zijn?” Deze kerstvakantie heb ik het verslag eens op m’n gemak kunnen lezen. Chapeau voor Karline wat mij betreft! Het eindresultaat is een document dat voor iedereen die blended learning wil gaan inzetten, relevante “bezint-eer-ge-begint” informatie bevat. Het document kan gezien worden als een goede samenvatting van wat Blended Learning is, wat de belangrijkste ontwikkelingen zijn en waarvoor en waarom het ingezet kan worden.

Maar nog interessanter: naast het “wat” geeft het document een goed inzicht in het “hoe”: zowel de didactische, technische, organisatorische als (inter)menselijke aspecten van blended learning worden overzichtelijk op een rij gezet. Tot slot is de literatuurstudie in de praktijk getoetst aan de hand van een praktisch onderzoek. Het eindresultaat mag er wezen wat mij betreft. Met toestemming van Karline wijd ik dan ook graag een blogartikel aan: Succesvol blended-learning. Bij deze alvast de eindconclusie en 7 praktische stappen die je kunt nemen om blended learning tot een succes te maken.

“Een blended-learning opleiding wordt een succes wanneer de ontwikkeling van de opleiding verloopt volgens een gestructureerd proces waarbij de mix van klassikale bijeenkomsten zorgvuldig wordt afgestemd met e-learning tools die een toegevoegde waarde hebben voor het leerproces”.

De volgende stappen kunnen gezet worden:
1. Bepaal de leerbehoefte, de leerdoelen en uitgangspunten. Betrek hierbij (oud-)cursisten en docenten. De meest genoemde succesfactor is (door 63% genoemd), als de leerdoelen behaald zijn, is de opleiding een succes.

2. Koppel de e-learning activiteiten met klassikale bijeenkomsten. Welke leervorm of leermiddel levert een meerwaarde op bij welke leerdoelen? Denk aan de aandachtspunten uit de digitale didactiek. Hoeveel tijd is er beschikbaar per leervorm? Hoe is de verdeling tussen de leervormen qua studiebelasting?

3. Maak een draaiboek van de blended-learning opleiding. Zorg voor de juiste mix en afstemming tussen de verschillende leervormen. Zorg ervoor dat de klassikale bijeenkomsten van vorm wijzigen naar niet meer alleen kennisoverdracht maar meer naar toepassing en verdieping of verbreding van de kennis. Docenten zijn een cruciale factor tijdens deze stap.

4. Ontwikkel de blended-learning opleiding. Betrek bij de ontwikkeling van de e-learning opleiding de richtlijnen die genoemd zijn in hoofdstuk 8 van het onderzoek.

5. Organiseer een pilot en stel eventueel bij, waar nodig. Let erop dat de systemen technisch werken en er geen fouten inzitten. Zodra bij de uitrol blijkt dat er technische problemen ontstaan, haakt een deel van de betrokkenen af.

6. Communiceer naar alle betrokkenen de meerwaarde en laat waar mogelijk ervaringen opdoen. Organiseer activiteiten of communicatiemiddelen die zowel cursisten als docenten voorbereiden maar ook motiveren voor de blended-learning opleiding.

7. Rol blended-learning uit over de gehele opleiding. Zorg voor ondersteuning (technisch en inhoudelijk) voor zowel docenten als cursisten.

Voor wie het document in z’n geheel wil bestuderen: Succesvol blended-learning

De toekomst van zorgonderwijs: e-leernetwerken

Onlangs was ik aanwezig bij het congres “Competent voor de toekomst”, waar beroepsonderwijs en beroepspraktijk bij elkaar kwamen om met elkaar te praten over de toekomst van het zorgonderwijs. Meteen aan het begin van de dag werd in een plenair debat een onthutsende conclusie getrokken: het beroepsonderwijs blijkt niet meer in staat om verpleegkundigen met de juiste startkwalificatie af te leveren. Sterker nog: de gemiddelde zorginstelling heeft gemiddeld een heel jaar nodig om instromers zodanig bij te scholen dat ze in staat zijn om in de praktijk hun werk te kunnen doen.
Hoe heeft het zo ver kunnen komen? Mijn gewaardeerde branchegenoot Frans de Vijlder gaf eigenlijk al in 2002 het antwoord met twee cruciale vragen: “Wat hebben we aan onderwijs dat als een losstaande entiteit buiten de beroepspraktijk staat? En wat hebben we aan mensen die de kennis van gisteren beheersen maar niet in staat zijn om te leren voor de praktijk van vandaag en morgen?” De mogelijkheden van internet als instrument voor de ontwikkeling en uitwisseling van kennis en kunde worden in de Zorgsector inmiddels volop benut. In het onderwijs wordt dat weliswaar ook gedaan (75% van de docenten gebruikt inmiddels ICT in de klas), maar vreemd genoeg wordt de beschikbare technologie nog nauwelijks ingezet om nou net te doen waar het goed in is: het creëren van leernetwerken tussen praktijk en onderwijs.

De oorspronkelijke definitie van een leernetwerk luidt als volgt: “Een leernetwerk wordt gevormd door een zich ontwikkelende combinatie van individuen met dezelfde interesse op een bepaald gebied. Ze hebben een bepaalde relatie en werken aan een gemeenschappelijk doel. Vaak is het einddoel niet concreet te omschrijven, maar wisselen ze deskundigheid uit en zijn ze met elkaar op zoek naar nieuwe inzichten. ( H. Dekker et al. tool, 2000, HvA)”. Hoe zou een modern leernetwerk er dan uit kunnen zien? Volgens mij is dat: het E-leernetwerk.

Veel ziekenhuizen beschikken over eigen leeromgevingen zoals PulseWeb, waarmee kennis en kunde gevalideerd en wel wordt vastgelegd en uitgewisseld voor na- en bijscholingsdoeleinden in het kader van de Wet BIG. Met groot succes wel te verstaan. PulseWeb leeromgevingen kunnen eenvoudig met elkaar communiceren. En dus kun je er eenvoudig virtuele e-leernetwerken met realiseren. Conclusie van het congres “Competent voor de toekomst” was dat regionale samenwerkingsverbanden de basis zouden moeten vormen voor overdracht van actuele kennis en kunde vanuit de praktijk naar het onderwijs. Ik stel daarom voor dat die samenwerking wordt geënt op het benutten van technologie als virtuele brug tussen de belanghebbende partijen.

Een krachtige oplossing om het gat tussen praktijk en onderwijs te dichten, is dat het onderwijs gebruik gaat maken van de leeroplossingen die de beroepspraktijk al volledig onder de knie heeft, nl. het E-leernetwerk: flexibele onderwijsmodellen, ondersteund met moderne technologie zoals PulseWeb, waarmee massa-individueel kan worden opgeleid en bijgeschoold op basis van voortdurend actueel gehouden kennis en kunde uit de praktijk. Door gebruik te maken van de e-leernetwerken die al voor na- en bijscholing in de Zorgpraktijk worden gebruikt, krijgt het onderwijs op eenvoudige wijze de beschikking over up to date kennis en kunde, die met weinig extra inspanning ook in het initieel beroepsonderwijs ingezet kan worden. Bovendien kunnen hiermee op een transparante wijze doorlopende leerwegen worden gerealiseerd kan in het onderwijs aanzienlijk worden bespaard op veelal niet functionerende ELO’s, die veel geld kosten en veel ICT onderhoud vragen. Een probleem dat de zorgsector inmiddels volledig heeft opgelost. Daar kan het onderwijs dus van profiteren.

Waar wachten we nog op? Het onderwijs heeft hier een unieke kans om met behulp van slimme internettechnologie de enorm opgelopen achterstand in te halen. Zowel inhoudelijk als organisatorisch. En de tijd dringt. Als het onderwijs deze kans laat liggen, is het wachten op het moment dat de in-service opleidingen “nieuwe stijl” het heft in eigen hand nemen. Ik zie al de nodige bewegingen in die richting. En laten we wel wezen: nog even en het enige dat de Zorg dan nog hoeft te doen is de eigen crebo’s aan vragen. Het enige dat de overheid vervolgens nog hoeft te doen is de financieringsstekker in die nieuwe praktijkschool te steken. Nieuwe technologie heeft al vaker bewezen schakels in brancheketens op te heffen. Ik ben benieuwd hoe onderwijs en beroepspraktijk dit met elkaar gaan voorkomen.

Ken Robinson over de paradigma shift die nodig is in ons onderwijs.

In deze - prachtig geanimeerde - spreekbeurt, vat Sir Ken Robinson in ruim 10 minuten zijn visie op het huidige onderwijs samen en de paradigma shift die nodig is om tot echte verbeteringen te komen. Een “must see” wat mij betreft.

Hoe Wikiwijs zijn educatieve uitgeverijen?

Op de opiniepagina van de Volkskrant vandaag dit artikel: “Uitgevers kapen Wikiwijs“.
Wat is er allemaal aan de hand? Oud Minister Plasterk lanceerde tijdens het vorige kabinet het ambitieuze plan om leerstof te digitaliseren, met als doel deze gratis beschikbaar te stellen aan scholen. In eerste instantie werd met enige meewarigheid over dit project gesproken. Docenten zouden niet in staat zijn om zelf goede lesstof te maken, en Wikiwijs was het zoveelste visieloze ’digiproject’ van de overheid, zonder toegevoegde waarde. Want wat zou je hebben aan de zoveelste bak met content waar niemand de weg in weet te vinden? We hadden toch al gezien dat het niet werkt?

Tja, als je er zo tegen aankijkt, dan krijg je de deksel op de neus. Want de werkelijke impact zit ’m op een andere plek dan je zou verwachten. De praktijk wijst inmiddels uit dat Wikiwijs wel eens een ontwrichtend concept zou kunnen zijn. En wel hierom:
1. Het is gratis. Daarmee kan het scholen jaarlijks honderden miljoenen euro’s besparen.
2. Het zet de traditionele uitgeverijen buiten spel, zowel op inhoud/vorm als op businessmodel.
3. Het is van het onderwijs zelf. Ze kunnen ermee doen wat ze willen, en zijn niet meer afhankelijk van de educatieve uitgeverijen.
4. Het is internet. Wat bol.com voor de boekenbranche betekende, betekent Wikiwijs voor de educatieve uitgeverijen. 5. Het biedt prachtige kansen voor nieuwe onderwijsvormen, met meer mogelijkheden in en buiten de school.

Wat kunnen de uitgevers dan doen? In ieder geval niet een hoop spam en reclame over hun betaalde content proppen in Wikiwijs. Dat is je eigen failliet bevestigen. Wat dan wel? In ieder geval door je af te vragen of het aanbieden van betaalde content nog je core business is. Dat doen uitgeverijen al een paar jaar, maar ze komen nog maar moeilijk los van hun bestaande businessmodel. Toegegeven: het is ook geen gemakkelijke opgave, je eigen business opnieuw uitvinden. Zoals veel sectoren al hebben ondervonden, zal de toegevoegde waarde elders gevonden moeten worden als internet de boel overhoop haalt. Ook voor educatieve uitgevers gaat het straks niet meer om de content zelf (die is er immers al), maar om het faciliteren van de bijbehorende leerprocessen, zoals dat bijvoorbeeld kan met PulseWeb.

Dat betekent nadenken over bijvoorbeeld nieuwe diensten en concepten op het gebied van onderwijslogistiek, panklare ingredienten en tools voor doe-het-zelf producten en deskundigheidsbevordering van docenten en leerkrachten. Met als centrale vraag: hoe kan technologie ervoor zorgen dat leerlingen leuker en beter kunnen leren en docenten hun begeleidende werk nog beter kunnen doen? Met Ferry Haan (redactie Volkskrant) ben ik enorm benieuwd hoe Wikiwijs en het onderwijs er over een paar jaar voorstaan. Wordt hoe dan ook vervolgd.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.